Donderdag 17 juni.. Dé dag des oordeels. Chagrijnig. Vervelend. Zenuwachtig.
Ik kon me werkelijk nergens mee bezig houden. Ik ben nog even naar de stad geweest, en ik heb nog een nieuwe jurk gekocht, maar de aandacht lag toch echt ergens anders.
Tussen 16.30u en 18.00u konden ze bellen. En ‘ze’ belden alleen als je gezakt was. Wie die ‘ze’ precies waren wist ik niet eens. Maar dat was ook niet belangrijk, ik wilde gewoon níet gebeld worden.
16.30u. Ik zat achter de computer, mijn mobiel naast me, de huistelefoon binnen handbereik. Ik was er klaar voor! Mama flikkerde frietjes in de frituur, maar ik moest de telefoon afwachten. Continue in contact met mensen met eenzelfde probleem en stressniveau. Twitterend, msnnend, hyvend, etc. Vroeger moet dat toch heel anders zijn geweest… Maar het was reuzespannend. Het eerste kwartier ging de telefoon niet. Het tweede kwartier ging de telefoon niet. Ik besloot te proberen om mijn frietjes te eten.
17.30u. Mijn frikadel-speciaal lag klaar, maar ik wilde toch even snel op de computer kijken of mensen al iets meer wisten. Even kijken op de Norbertus-site… en ja hoor! Daar stond een link naar de lijst met geslaagden.
In complete paniek en stress ging ik de namen langs van het VWO lijstje. Mijn naam stond er niet tussen. Mijn paniek werd ingeruild voor fanatisme toen ik zag dat ik naar het Atheneum lijstje zat te staren. Ik keek verder en zag het Gymnasiumlijstje met daarin ook mijn naam. Zomaar ertussen. Zo raar!
Op dat mooie moment kon ik niets anders dan compleet in tranen uitbarsten. De stress en spanning van de dag had mijn emotionele balans een beetje uit evenwicht getrokken, denk ik.
Nadat de hele familie was ingelicht onstond een er wervelwind van: slingers, cadeautjes, champagne, kaarten, buurmensen die aan de deur stonden, vlaggen, en natuurlijk de frikadel speciaal. Die lag daar maar, koud en alleen. En zo ontdekte ik dat ‘frikadel en champagne’ een hele slechte combinatie is.
Morgenmiddag is de diploma-uitreiking. Ik had niet gedachte dat het me zo makkelijk, en zo snel, af zou gaan. Misschien ben ik, zoals mijn ouders altijd beweren, inderdaad wel gewoon een zondagskind.


