donderdag 7 april 2011

Dichten

Dichten is saai,



Ik zie een haai.

Dichten is stom,

Ik heet geen tom,

Dichten is kut,

Een huis is geen hut,

Een hut is een huis,

Ik voel me er thuis,

Rijmen is naar,

En het leest zo raar,

Dit gedicht is slecht,

En dat meen ik echt.

Bedrieglijke dromen.

Dromen zijn bedrog,

Dat is wat ze zeggen toch?

Waarom lijken ze dan zo echt?

Heeft iemand dat al eens uitgelegd?

Met werkelijke dingen en herkenbare mensen,

En waarin gebeurtenissen plaatsvinden die je niet zou durven wensen,

Waarom lijken dromen zo reëel?

En grijpt de angst soms naar je keel?

Maar maak je over deze dromen maar geen zorgen,

Ze zijn allemaal voorbij morgen.

kleine meisjes

Kleine meisjes worden groot,

Gaan op een dag zelfs met de billen bloot,

Ze zullen precies doen wat ze willen,

Zoals taarten eten om die puberhormonen te stillen,

Ze kleden zich zoals jij ze niet wilt zien,

En krijgen vriendjes, een stuk of tien,

Maar denk niet te snel dat het tijd is ze los te laten,

Want meestal hebben ze pas veel te laat in de gaten,

Hoe het is om volwassen te zijn,

Dan voelen ze zich weer als meisjes klein,

En dan willen ze weer je dochtertje zijn.